De 5 meest gemaakte fouten bij rauwe voeding voor honden

Onlangs verscheen er een stukje van een dierenkliniek in Nederland over het zogenaamde “all meat syndrome” op hun website. Het stukje werd en wordt regelmatig gepost op facebook en meerdere mensen die al rauw voerden of die over wilden stappen zaten met de vraag of dit iets was waar ze zich zorgen over moesten maken. Hoe goed men zich ook ingelezen heeft en overtuigd is van alle voordelen van rauwe voeding, zo’n stukje kan dan toch de twijfel weer doen opvlammen. Het stukje komt tenslotte wel van een dierenarts, dan zal er toch wel een kern van waarheid in zitten, of toch niet …

Het “all meat syndrome” is een bestaande en zeker een serieuze aandoening waar we rekening mee moeten houden als het gaat om het voeren van rauwe voeding aan onze carnivoren. Het “all meat syndrome” is in het verleden de reden geweest waarom dierenartsen liever brokken gingen adviseren in plaats van, wat vroeger heel gewoon was, dieren met de pot mee te laten eten. Het gepubliceerde stukje vormt zeker geen goede reden om je huiscarnivoor een gezond rauw dieet te ontzeggen, maar vormt wel een gegronde waarschuwing. Het is, ongeacht of je nu brok, blik of rauwe voeding voert, echter belangrijk om zelf na te blijven denken bij wat je je dier te eten geeft.

1 Alleen rauw spiervlees voeren

Een goed (rauw) menu bestaat uit een goede verhouding van spiervlees, botten en organen.  Spiervlees is het vlees dat we voor onszelf in de supermarkt kunnen kopen zoals een biefstukje, kipfilet of gehakt. Het is het vlees zonder bot en zonder orgaantjes als lever of nier. Het prooidier zoals het in zijn originele staat in de natuur liep, zwom of vloog is hierbij volledig verdwenen. Wanneer we het hebben over “ik voer mijn dieren rauw vlees”, dan wordt daarmee niet alleen spiervlees bedoeld. Hebben we het in de volksmond over ‘vlees’, dan bedoelen we echter wel alleen spiervlees.

Wil je een goed menu voorzetten aan een carnivoor, dan is het nabootsen van een goede prooidier-verhouding nodig. Wanneer je niet let op deze vereiste, maar je dier enkel spiervlees krijgt, dan raakt de verhouding van voedingsstoffen uit balans. Hoewel spiervlees voor carnivoren een belangrijke en goede bron is voor eiwitten en sommige mineralen, is het absoluut niet representatief voor een goed en gebalanceerd dieet. Een dieet van enkel spiervlees veroorzaakt dan ook inderdaad het “all meat syndrome”. Doordat de meeste zogenaamde KVV’s echter bestaan uit de combinatie bot, spier en orgaan, zal het “all meat syndrome” niet zo snel meer de kop opsteken. Wanneer je echter zelf aan de slag gaat met het samenstellen van een rauwe maaltijd, dan is het wel belangrijk dat je alle belangrijke onderdelen in het menu meeneemt.

Wilde hondachtigen eten bijna alle onderdelen van hun prooi, inclusief alle botjes, organen, bloed, hersenen, klieren tong, ogen, huid, vacht en zelfs de hoeven vormen een goede kauwmogelijkheid en leveren voedingsstoffen. Niet alle dieren eten de darmen, maar de pens wordt vaak wel graag gegeten. Al deze onderdelen bieden het roofdier hun unieke voedingswaarden, waardoor onder meer calcium, natrium, kalium, ijzer, koper, mangaan, zink, jood, selenium, vitamines A, D, E, B12 en choline uit het dieet gehaald kunnen worden.

Een menu dat niet al deze onderdelen bevat, maar alleen bestaat uit rauw spiervlees, maar ook een menu bestaande uit alleen karkas of alleen orgaan of twee van de drie vereiste onderdelen van spier, bot en orgaan, zal dus op de lange termijn tekorten veroorzaken.

Naast een variatie aan onderdelen van de prooidieren is ook variatie in diersoorten erg belangrijk. Ook het voeren van slechts een variatie van een of twee diersoorten brengt op den duur tekorten met zich mee. Hoewel het makkelijk is dan te kiezen voor een standaard klaargemaakte mix omdat daar meerdere diersoorten al in gecombineerd worden is ook zo’n standaard combinatie op den duur niet toereikend.

De vraag is ook hoe natuurlijk het voor het spijsverteringsstelsel is om meerdere diersoorten tegelijk te moeten verteren. In het wild zal een roofdier ook slechts 1 eiwitbron tegelijk verwerken. Hiertoe kan het spijsverteringskanaal zich optimaal toeleggen op het verwerken en opnemen van de benodigde voedingsstoffen uit die eiwitbron.

Daarnaast wordt de basis van de meeste van deze menu’s vaak gevormd door de diersoorten kip of rund. In de bio-industrie zijn dit vaak de goedkopere diersoorten, maar tegelijkertijd ook de twee eiwitbronnen waar de meeste voedselovergevoeligheden voor voorkomen in de praktijk.

Een gebrek aan variatie in diersoorten kan op een gegeven moment ook tekorten veroorzaken. Kies dus bij voorkeur voor een enkel diersoort per maaltijd en wissel minimaal 5 tot 6 diersoorten af gedurende de maand.

Ondanks dat het met goed inleeswerk prima te doen is om zelf een goed rauw dieet voor je hond of kat samen te stellen, is het begrijpelijk dat dierenartsen met het uit de pan rijzende aantal nieuwe rauwe voedingsmerken bang zijn dat niet iedereen de moeite zal nemen zich hierin te verdiepen. De angst dat voedingsfouten uit de oude tijd weer meer en meer naar voren zullen gaan komen overheerst bij velen, waardoor zij niet achter het advies van het voeren van rauwe voeding zullen staan. Veel dierenartsen zijn ook nog niet op de hoogte van alle voordelen van rauwe voeding en de juiste manier van samenstellen van rauwe voeding, hun specialisaties liggen op andere vlakken. Zie je zelf wel hoe goed je dier het doet op rauwe voeding maar lukt het je niet met je dierenarts op één lijn te komen hierover, zoek dan een dierenarts die je hier wel in kan ondersteunen. Er komen er gelukkig steeds meer. Hoewel je uiteraard niet je eigen dierenarts af wil vallen en dat ook zeker niet de insteek is, is het prettig als je met een second opinion de basis voor je dier goed op de rit hebt. Met een goede voedingsbasis waar de gezondheid van je dier goed door wordt ondersteunt, is dierenartsbezoek vaak al minder nodig.

 

2 Onvoldoende kennis hebben van de basis van goede honden- en kattenvoeding

Hoewel het niet heel moeilijk hoeft te zijn om de basis van goede honden en kattenvoeding te begrijpen, hebben veel mensen niet de tijd, het geduld, de interesse of de kennis om tot de juiste gegevens te komen over het zelf samenstellen van een compleet rauw menu. Rauw voeren hoeft niet moeilijk en ingewikkeld te zijn. Er zijn ondertussen ook in het Nederlands een aantal fijne boekjes verschenen die de basis meegeven, zoals voer voor carnivoren van dierenarts Tannetje Koning, of het boek van Lizzy Plat over rauwe voeding voor honden.

Dit zijn makkelijk leesbare boeken die voldoende basis bieden om te weten of de onderdelen die je kiest, je dier een goed menu bieden met voldoende voedingsstoffen.

Als een dier niet direct symptomen vertoont, wil dat namelijk niet zeggen dat het dier ook daadwerkelijk in optimale gezondheid verkeert. Tekorten aan mineralen of antioxidanten tonen vaak pas bij chronische tekorten symptomen. Naast een variatie aan dierlijke eiwitbronnen in de juiste verhoudingen, is het in de grote lijnen belangrijk dat er een variatie aan groenten en af en toe fruit op het menu staat. Vind je het zelf lastig om hieraan te voldoen, maak dan gebruik van kant en klare bronnen met groenten.  Varieer echter ook deze, zodat er verschillende vitaminen aangeboden worden.

Wil je nog verder gaan en precies weten hoe je voor jou dier de voeding nog beter bij kunt sturen, dan zijn er in de buitenlandse literatuur nog veel meer goede bronnen zoals de boeken van dierenarts Mogens Eliasen, Dr. Becker, Kymthy Schultz en Ian Billinghurst. Ook de blogs van bijvoorbeeld Rodney Habib zijn zeer inspirerend.

 

3 Vezels links laten liggen

Wolven en andere hondachtigen eten hun prooi vaak met huid en haar op. Ook de NRV aanhangers die bij voorkeur hele prooidieren geven zullen veelal beamen dat ook onze huiscarnivoren hier geen problemen mee hebben. Deze vorm van voeren biedt het meeste gemak, doordat net als in de natuur, de meeste benodigde voedingsstoffen al in het prooidier aanwezig zijn en je nog maar weinig aan het menu hoeft te sleutelen. Naast vezels uit haar en andere onverteerbare delen van de prooi, eten wolven en andere hondachtigen over het algemeen ook graag de pens van hun prooidier op. Voer je losse onderdelen van prooidieren, dan zal minimaal eenmaal per week pens op het menu door de meeste honden erg gewaardeerd worden. Katten daarentegen zijn over het algemeen geen fan van pens. Daarom zal je in de meeste kant en klare menu’s van katten geen pens terugvinden. Vindt jouw kat dat wel een feestje? Dan is er geen reden waarom je kat niet ook af en toe een kleine portie pens kunt aanbieden. Vaak is deze behoefte een aanwijzing van een tekort aan goede darmflora en pens vult dat mooi aan. De behoefte is dan ook vaak van korte duur, waarna de kat de pens weer links laat liggen. Voor dieren met een overgevoeligheid voor granen is het belangrijk enkel pens van wilde dieren te gebruiken, aangezien de meeste gehouden prooidieren gevoerd worden met brok op basis van granen. De graanresten blijven in de geliefde vuile pens zitten. Geef je echter schone pens, dan is de voedingswaarde verdwenen, omdat het grootste deel van de voedingswaarde van pens juist zit in de flora van de pens.

Wanneer je geen pens van wild voorhanden hebt, dan is bij overgevoelige dieren het weglaten van pens uit het menu de beste optie. Als alternatief kan het microbioom van de darm dan ondersteund worden met een goede kwaliteit probiotica.

Naast het opeten van de pens met zijn groene inhoud, wordt ook vaak gezien dat wolven actief plantaardig materiaal eten. Ook wolven kunnen, net als we onze honden weleens zien doen, actief grazen om aan hun behoefte aan enzymen, vezels, antioxidanten en fyto-nutriënten te voldoen. Buiten specifieke grassen, eten ze ook graag besjes, maar ook af en toe een appeltje, peertje of ander stuk fruit gaat er bij de meest honden wel in. Blauwe bessen zijn bijvoorbeeld rijk aan antioxidanten. Besjes zijn prima toe te voegen aan het menu van je hond als tussendoortje.

 

4 Onvoldoende of overmatig aanvullen met supplementen

Supplementen vormen per definitie een aanvulling op een onvolledig menu. Wanneer het menu niet voorziet in voldoende voedingsstoffen, dan kunnen deze aangevuld worden via supplementen. Met name bij bepaalde aandoeningen kan het voorschrijven van supplementen soms een uitkomst bieden, omdat de behoefte aan specifieke voedingsstoffen dan groter kan zijn. Ga je standaard met supplementen in de weer, bedenk dan dat een natuurlijk voedingsalternatief niet alleen goedkoper is, maar over het algemeen ook een beter opneembare bron biedt voor je dier. Echter, doordat onze bodems steeds verder uitgeput raken, voorzien natuurlijke voedingsbronnen lang niet allemaal meer in de voedingswaarde die we de voedingsstoffen toeschrijven. Sommige zogenaamde superfoods kunnen, zeker bij dieren die moeite hebben met opname van voedingsstoffen (zoals zieke, oudere of juist hele jonge dieren), hier een waardevolle voedingsbron vormen.

Superfoods zijn niet meer dan ‘gewone’ voedingsmiddelen als boerenkool, frambozen en noten. De voedingsmiddelen die we onder de superfoods scharen, bevatten echter meer voedingsstoffen dan andere. Hierdoor krijgt je dier in één keer een flinke stoot aan nuttige stoffen binnen. Doordat ze zich in hun natuurlijke vorm bevinden, is het voor het lichaam geen probleem om een overschot aan deze stoffen weer uit te scheiden. Zo leveren noten bijvoorbeeld de een goede bron aan vitamine E en selenium en kan kelp een prachtige aanvulling vormen voor Jood. Zink kan bijvoorbeeld gevonden worden in mosselen, maar niet bij veel dieren staan mosselen op het menu. Zo af en toe zo’n uitspatting kan dus een hele mooie aanvulling vormen voor het lijf. Ook een goede variatie in gekleurde groenten levert je dier een bijdrage in diverse voedingsstoffen. Elke kleur staat weer voor andere vitaminen, zoals bijvoorbeeld mangaan en kalium. Geef je steeds maar weer dezelfde variatie aan groenten, dan krijgt je dier ook een beperkte variatie aan vitaminen, mineralen en sporenelementen binnen.

Variatie vormt dus met alle elementen de basis van een rauw dieet.

Enkel wanneer een dier op eliminatie dieet staat ten behoeve van een voedselovergevoeligheid, in combinatie met een behandeling waarbij gestreefd wordt naar het herstel van de balans van het lichaam, is het geoorloofd om een beperkte periode van enkele maanden, hetzelfde menu aan te houden. Wanneer dit te lang duurt, bijvoorbeeld omdat men de behandeling staakt of het dier niet snel genoeg herstelt, dan is het nodig aan te vullen met supplementen. Blijft men dit aanhouden omdat een dier bijvoorbeeld weinig andere diersoorten lust, of omdat het lekker makkelijk is, dan is het ontstaan van tekorten de komende jaren zeer waarschijnlijk.

 

5 Niet overgaan tot rauwe voeding vanwege angst voor hygiëneproblemen

Negatieve geluiden rondom rauwe voeding komen steeds vaker naar voren nu steeds meer mensen rauw gaan voeren. De negatieve geluiden komen echter veelal niet van de consument, maar van een aantal organisaties die er niet bij gebaat zijn wanneer je rauwe voeding aan je hond geeft. Uiteraard is de hele commerciële diervoederindustrie hier niet blij mee, maar ook de faculteit diergeneeskunde staat er niet om te springen. De faculteit geeft aan zich zorgen te maken over het gebrek aan hygiëne welke in het huishouden wordt gehanteerd tijdens het klaarmaken van de voeding voor onze honden en katten. Daarnaast vreest men voor de ziektes die honden en katten, maar ook wij als mensen zouden kunnen krijgen van de rauwe voeding in ons huis zoals wormen en Salmonella. Net als bij het “all raw meat syndrome”, zit er een kern van waarheid in deze bezorgdheid. Er zit hier een belangrijk punt om rekening mee te houden, maar dat betekent zeker niet dat dit een gegronde reden is om niet te kiezen voor een gezonde rauwe maaltijd.

Mensen met een verminderde weerstand zoals chronisch zieke mensen, baby’s en ouderen, kunnen minder weerstand bieden aan een hoge dosis pathogene micro-organismen (ziekmakende beestjes). Echter, in het dagelijkse leven worden we continu omringd door dit soort beestjes, de hele dag door.

Vergeet ook niet dat we als mensen die niet in de categorie van verminderde weerstand vallen daarnaast vaak gewoon zelf al gebruik maken van rauwe voeding zonder dat we er ziek van worden. Denk maar eens aan tartaar, sushi met bergen rauwe vis, of een lekker broodje rosbief. We kunnen als mens echt wel tegen een stootje als we maar letten op wat algemene hygiëne maatregelen.

Net als wanneer je werkt met rauw vlees, vis en kip voor jezelf in de keuken, dien je ook bij het klaarzetten of klaarmaken van de voeding van je hond of kat rekening te houden met hygiëne. We hebben het al vaker aangegeven, maar kunnen het niet vaak genoeg zeggen. Gebruik aparte snijplankjes voor rauw vlees, zodat je niet je eigen rauwe voeding als groenten en fruit besmet. Maak je werkoppervlak altijd schoon met een apart doekje dat na het schoonmaken in de was gaat. En laat een bak rauwe voeding niet eindeloos staan wanneer deze niet meteen opgegeten wordt, maar zet deze na een half uurtje terug in de koelkast in een afgesloten bakje en biedt deze nog maximaal eenmaal aan, of gooi de restjes weg. Voorkom uiteraard ook dat kleine kinderen met hun vingertjes in de bak van de hond of kat gaan zitten waarna de vingertjes in de mond gaan.

Belangrijk bij het aankopen van rauwe voeding is daarnaast, net als bij het aankopen van vlees voor jezelf, dat de voeding van goede kwaliteit is. Goedkoop betekent niet per definitie slechte kwaliteit, maar let er wel op dat voeding niet voor niks goedkoop kan zijn. Er zit een compleet andere kwaliteit vlees in een verpakking biologische voeding die over is uit de humane voedingsindustrie ten opzichte van afvalresten van de humane bio-voedingsindustrie. Kijk of je op de verpakking kunt zien van welke vleesbronnen er gebruik is gemaakt. Staat er op de verpakking specifiek vermeld bot spier en orgaansoorten, of staat er enkel vermeld welke diersoort erin verwerkt zit?

“Afval” als darmresten, poten, hoeven, veren hebben dan wel een meerwaarde voor je dier, maar van geheel andere kwaliteit dan overblijfselen als spiervlees, botten of organen die humaan niet geconsumeerd worden. De voedingswaarde is vele malen minder. Voor hen die om de angst voor slechte kwaliteit toch liever kiezen voor droge voeding of blikvoeding boven verse voeding, is het belangrijk om je te realiseren dat voor het vervaardigen van de standaard commerciële brok en blik uiteraard ook gebruik zal worden gemaakt van deze zelfde onderdelen. Ook hier staat op de verpakking niet vermeld welke onderdelen van de prooidieren gebruikt worden.

De angst dat je minder kwaliteit of een grotere kans op tekorten hebt bij het voeren van rauwe voeding is dus niet terecht. Het tegendeel is zelfs waar. Veel zal echter afhangen van je eigen input als mens. Heb je weinig tijd of zin om je te verdiepen in de rauwe voeding en wil je niet zelf een maaltijd voor je dier samenstellen, verdiep je dan slechts in de basis en zoek dan een bedrijf dat de rest voor jou doet. Want goede voeding is de basis van een goede gezondheid. En hoe makkelijk brokjes dan ook mogen zijn, of hoe lekker sommige van onze dieren ze ook mogen vinden, wij eten ook niet elke dag eenzelfde brok om makkelijk van het klaarmaken van onze maaltijden af te zijn. Steeds duidelijker wordt hoe belangrijk gezonde verse voeding is. Hoe voeding uit pakjes en zakjes ons op weg helpt naar chronische aandoeningen door tekorten en toevoegingen van stoffen die het lijf niet kan verdragen. Dat geldt echter niet alleen voor ons als mensen, maar zeker voor onze dieren.

Geef een reactie