Een goede weerstand begint in de darm

Wie kent het advies van de dierenarts niet? Ontworm gemiddeld 4x per jaar je hond om ziekte door wormbesmetting te voorkomen.

Tegenwoordig is er echter steeds meer tegengeluid. Zo is het in de paardenwereld al heel gebruikelijk dat er zonder mestonderzoek op wormen geen ontwormings spuit gegeven wordt. De belangrijkste reden is, om resistentie tegen wormmiddelen te voorkomen. Daarnaast is de belasting van het milieu met ontwormmiddelen ook erg groot en moet ingedamd worden. Via de ontlasting en urine worden alle gifstoffen van de ontwormings middelen namelijk uitgescheiden in de omgeving. Dit is ongezond voor de balans van de bodem, dezelfde bodem waar de paarden en andere dieren, insecten en planten in de omgeving van leven.

Hoewel dit fenomeen bij honden en katten nog veel minder bekend is, geldt bij deze, maar ook alle andere diersoorten natuurlijk hetzelfde.

Maar wat is nou wijsheid? Hoe voorkom je dan dat je hond of kat ziek wordt van een wormbesmetting en waar let je op bij het aanschaffen van een ontwormingsmiddel?

Wormen

In het spijsverteringskanaal van honden en katten kunnen verschillende parasieten voorkomen. Wormen en protozoën leven in het lichaam van het dier. Mensen en dieren kunnen in principe prima door het leven gaan wanneer er sprake is van een kleine wormbesmetting. Wormen overleven in het maagdarmkanaal door daar voedingsstoffen op te nemen van de gastheer. Wanneer de wormbesmetting erg groot is, zal het dier zelf voedingsstoffen te kort kunnen gaan komen. Ook kunnen lichaamsfuncties door de besmetting verstoord raken, waardoor de gezondheid van het dier eronder te leiden heeft. Dit kan variëren van hele milde symptomen, tot hele ernstige met zelfs de dood als gevolg. Een wormbesmetting met een te grote hoeveelheid wormen moet dus te allen tijde voorkomen worden.

Wanneer je hond of kat besmet is met een grote hoeveelheid wormen, kan je symptomen zien als:

  • gewichtsverlies en zelfs erge vermagering is mogelijk ondanks een goede eetlust
  • lusteloosheid
  • hoesten (wormen in de longen)
  • af en toe (bloederige) diarree
  • braken
  • opgezwollen buik
  • eitjes of wormen in de ontlasting
  • doffe vacht

Aanwezigheid van een kleine hoeveelheid wormen zal je als eigenaar niet snel opvallen, maar heeft ook voor je dier geen nadelige invloed. Onderzoek wijst zelfs uit dat aanwezigheid van een kleine hoeveelheid wormen het immuunsysteem juist sterk maakt. Een kleine hoeveelheid wormen evenals andere pathogene micro-organismen welke normaliter ook in de darm huizen, houdt de darm namelijk in evenwicht. Er is altijd een balans nodig tussen de goede en de slechte organismen. Wanneer de schadelijke micro-organismen door een verminderde weerstand van het dier echter de kans krijgen om zich snel te kunnen vermenigvuldigen, dan raakt de balans zoek en komen de goede ‘beestjes’ in de minderheid. Dat is het moment dat je dier ziek kan raken van aanwezigheid van bijvoorbeeld wormen. Dit kan bijvoorbeeld optreden wanneer de darmflora is aangetast door bijvoorbeeld antibioticagebruik, andere medicatie, na ziekte of bij veel stress. Ook te vaak ontwormen zorgt ervoor dat een dier zelf geen weerstand op kan bouwen tegen de wormen, omdat de darmen steeds worden schoongemaakt. Een te hygiënische omgeving (en dus darm) door weinig blootstelling aan pathogenen of te vaak ontwormen, kan dus juist problemen geven.

Geen wormen in de ontlasting te zien

Het wordt steeds bekender dat te pas en te onpas ontwormen niet verstandig is. Regelmatig krijgen we als dierenarts dan ook te horen dat een eigenaar vindt dat het niet nodig is zijn dier te ontwormen, omdat de eigenaar zelf geen wormen in de ontlasting ziet en dit goed in de gaten houdt. Niet alle soorten wormen zijn bij een besmetting echter te zien in de ontlasting. Sommige wormen zijn erg klein of worden niet vaak uitgescheiden met de ontlasting en andere soorten zijn alleen te ontdekken door de aanwezigheid van wormeitjes in de ontlasting. Deze wormeitjes zijn echter zodanig klein, dat deze met het blote oog niet gezien zullen worden. Microscopisch ontlastingsonderzoek is dan dus nodig bij je dierenarts of een gespecialiseerd laboratorium.

Er zijn verschillende soorten wormen te onderscheiden. Elke soort heeft weer z’n eigen leefwijze. Sommigen zijn ook besmettelijk voor de mens. Besmetting van je dier met deze wormen vormt dan vooral voor de volksgezondheid een risico.

  • De meest voorkomende maagdarmworm in Nederland is de Spoelworm. Deze rondwormen (Strongyloidea) komen zowel bij de hond, kat als mens en paard voor. Je hond of kat kan besmet raken met deze worm door het snuffelen aan ontlasting van andere dieren die besmet zijn en waar de eitjes in de ontlasting zitten. Ook kan een tussengastheer van de worm, bijvoorbeeld een muis of rat, besmet zijn. Wanneer jouw dier bijvoorbeeld een prooidier als deze muis te pakken krijgt, kan de wormbesmetting overgedragen worden. Wanneer je dier met z’n vacht in aanraking komt met een besmetting in de omgeving en de eitjes uit de eigen vacht oplikt, kan een besmetting optreden. Pups en kittens zijn vaak bij de geboorte al besmet met spoelwormen, omdat de larf van deze worm ook via de placenta en de moedermelk overgedragen wordt.
  • De spoelworm is te klein om met het blote oog waargenomen te worden. Een dier met een spoelworminfectie scheidt vooral de eitjes uit met de ontlasting. Aantonen dat je hond of kat besmet is, kan dus alleen middels ontlastingsonderzoek aangetoond worden. Slechts 3% van de honden in Nederland is geïnfecteerd met spoelwormen en bij de meeste verloopt deze besmetting ook nog symptoomloos. Alleen bij een ernstige besmetting zullen symptomen te zien zijn. De spoelworm is besmettelijk voor mensen.
  • Lintwormen komen in verschillende soorten voor. Elke lintwormsoort heeft ’n eigen tussengastheer nodig. De vlo is daar één van. Deze wormbesmetting treedt daarom vaak op bij dieren die een vlooienbesmetting hebben opgelopen. Een ontlastingsonderzoek is dan dus altijd raadzaam en/ of de behandeling te richten op het optimaliseren van de darmbalans. Echter ook via andere gastheren als ratten, muizen en andere kleinere wilde knaagdieren kan je roofdier een besmetting oplopen. Deze wormen kan je soms wel terugvinden in de ontlasting. Je ziet dan kleine witte wormpjes met de vorm van een rijstkorrel. De vossenlintworm is gevaarlijk voor de mens.
  • Zweepwormen komen na lintwormen het meest voor. Deze worm woont graag in de blinde en dikke darm. Je hond of kat kan besmet worden met deze worm wanneer je dier aarde opneemt welke besmet is met de eitjes van deze worm. Zweepwormen van je dier zijn niet overdraagbaar op de mens.
  • Haakwormen komen net als hartwormen voornamelijk voor in Zuid-Europa, hoewel een besmetting tegenwoordig ook steeds vaker in Nederland gesignaleerd wordt.

 

Ontworm je liever volgens de standaard risico-analyse of op maat?

Dierenartsen hebben op basis van risicoanalyse berekend dat het het meest praktisch is om dieren 2 tot 4 keer per jaar te ontwormen. Dit is dus niet direct gebaseerd op de gezondheid van jouw dier, maar heeft met name te maken met de volksgezondheid, omdat sommige wormen ook besmettelijk zijn voor de mens. Dieren die een sterk immuunsysteem hebben zoals de meeste dieren die op verse voeding staan, en niet aan hoge besmettingen bloot staan, hoeven niet besmet te zijn met een (te hoge) concentratie wormen. Ontwormen zou dan meer schade dan goed doen. Wanneer je dan ook liever eerst wilt weten of ontwormen bij jouw hond of kat ook echt nodig is, dan kan je de ontlasting laten onderzoeken op wormen en wormeitjes. Dit kan bij je eigen dierenarts, of je kunt de ontlasting op (laten) sturen naar een laboratorium voor wormonderzoek.

Wormen en vers vlees

Mensen die hun dier rauw vlees geven krijgen vaak te horen dat dit gevaarlijk zou zijn, onder andere omdat hierbij een groter risico bestaat op besmetting met wormen. Met name besmetting met Trichinella, een lintworm, zou een grotere kans hebben. De eitjes die de hond vervolgens uit kan scheiden kunnen ook bij de mens leiden tot complicaties. Deze worm komt echter met name voor in varkensvlees, wild zwijnenvlees, en vlees van wilde carnivoren. Deze worden vrijwel nooit gebruikt in de vers vlees stromingen voor honden en katten in Nederland. In paardenvlees kan deze worm echter ook voorkomen en dat wordt wel regelmatig gevoerd. Hoewel volgens het RIVM Trichinella bijna niet voorkomt bij mensen in Nederland, wordt de kans op besmetting nog verder verkleind doordat de meeste verse voeding, dus ook paard, (net als bij vis) gedurende het productieproces eerst een aantal weken is ingevroren alvorens het in de keuken van de consument ligt. Het invriezen van minimaal 3 weken bij -15 graden Celcius doodt de wormen.

Preventie

Een standaard ontwormmiddel werkt niet preventief. Dat betekent dus dat wanneer je je dier vandaag ontwormt terwijl er geen wormen zijn, dat er volgende week alsnog een wormbesmetting op kan treden.

  • Uiteraard is het belangrijk om je dier zo min mogelijk aan vervuilde omgeving bloot te stellen, bijvoorbeeld uitlaatveldjes waar erg veel hondenpoep ligt.
  • Ruim ook de ontlasting van je eigen dieren zo snel mogelijk op, zeker bij katten is het belangrijk de kattenbak schoon te houden.
  • Voorkom een vlooienbesmetting bij voorkeur op een natuurlijke manier om de weerstand zo hoog mogelijk te houden. Elk chemisch middel vormt immers een belasting voor het lijf en heeft daarmee invloed op het immuunsysteem. Het belangrijkste uitgangspunt bij wormpreventie is een gezond immuunsysteem.
  • Ontworm nooit klakkeloos, maar maak gebruik van ontlastingsonderzoek via je eigen dierenarts, of via specifieke laboratoria (bv wormbestrijding.nl) waar je zelf ontlasting naartoe kunt sturen met een makkelijk te bestellen pakketje online.

 

Voorkomen van een wormbesmetting is wel mogelijk door de darmbalans zo optimaal te houden. In de eerste plaats is hiervoor gezonde voeding nodig. Met name rauwe voeding levert een goede bijdrage aan behoud van een gezonde darm. Enzymen, probiotische bacteriën en hoogwaardige voedingsstoffen in rauwe voeding maken de darm gezonder en daarmee wordt het milieu minder aantrekkelijk voor pathogene micro-organismen als wormen.

Kruiden en voedingsmiddelen

Naast een goede basisvoeding kan de optimale darmgezondheid gestimuleerd worden door gebruik van specifieke voedingsmiddelen. Er zijn verschillende voedingsmiddelen die door hun natuurlijke ontwormende werking bijdragen aan de darmgezondheid. Hiermee wordt de kans op een wormbesmetting verkleind.

Kruiden

Deze kunnen als kant en klare kruiden-combinatie gekocht worden, maar natuurlijk kan je deze ook zelf toe voegen aan het dieet ter ondersteuning van de natuurlijke darmfunctie.

Kamille, Zwarte Walnoot en Absint zijn kruiden met wormwerende werking.

Zorg er bij gebruik van kruiden voor dat je weet welke dosis geschikt is voor je hond en/ of overleg met een fyto-therapeut voor dieren over het veilig gebruik van kruiden als je zelf gaat samenstellen. Gebruik kruiden ook nooit langer dan 6 weken achtereen of te hoge dosis, om ontwikkeling van bijwerkingen te voorkomen.

Knoflook

Knoflook kan het immuunsysteem een boost geven, waardoor het bij gebruik (met mate uiteraard!) een goede bijdrage kan leveren. Recent onderzoek toonde aan dat gebruik van knoflook zelfs net zo effectief was als het gebruik van een veel gebruikt veterinair ontwormingsmiddel. Afhankelijk van de grootte van de hond kan je een halve tot 2 teentjes per dag geven. Bij honden met anemie wordt het gebruik van knoflook echter afgeraden.

Fruit en groente

Door toevoegen van geraspte wortel, venkel, geraspte kokos en/ of papaja aan het dieet van je hond maak je het maag-darmkanaal minder aantrekkelijk voor wormen.

Ook rauwe pompoenzaadjes kunnen gemalen door de voeding een goede bijdrage leveren.

Diatomeeënaarde

Wanneer je diatomeeënaarde van goede kwaliteit gebruikt, is deze ook door de voeding te geven en werkt deze mee aan de darmgezondheid. Het heeft dan een heel goed effect het milieu van maag en darmen, hoewel het niet voor elke wormsoort afdoende zal werken bij een hoge mate van besmetting. Een combinatie van producten lijkt dan het beste effect te hebben. Kleine hondjes mogen hiervan een theelepel per dag en honden boven de 25 kg een eetlepel per dag door de voeding.

Geef een reactie