Het eliminatiedieet: elimineren in vijf stappen

Het eliminatiedieet is één van de meest gebruikte manieren om te achterhalen of een dier overgevoelig reageert op voedingsmiddelen. Maar….een eliminatiedieet heeft alleen nut, als je het met het juiste doel voor ogen toepast. Als je verwacht zonder verdere maatregelen enkel met een eliminatiedieet voor de rest van het leven van je dier uit te kunnen sluiten welke voedingsmiddelen je met een gerust hart kunt geven en welke je beter kunt laten staan, kan de uitslag van het eliminatiedieet op de lange termijn teleurstellende resultaten opleveren. Het lukraak voeren van een aantal minder allergene diersoorten kan zomaar eens leiden tot verslechteren van de klachten. Om een eliminatiedieet goed te laten slagen, zijn er een aantal belangrijke voorwaarden:

1) Voedselovergevoeligheid determineren
Problemen met voedsel komen bij heel veel dieren voor. Dit heeft voor een belangrijk deel te maken met het feit dat de meeste dieren tegenwoordig niet meer op een natuurlijk dieet staan.
Maar zelfs als een dier wel dagelijks een vers, rauw menu voorgeschoteld krijgt, kunnen andere lichamelijke en emotionele stressfactoren die het lichaam belasten, ervoor zorgen dat het immuunsysteem uit balans raakt. Omdat voeding een dagelijks terugkerende bron van belasting kan zijn als de voeding niet past bij het dier, kan het lichaam op den duur moeite krijgt met de verwerking van de voeding.

Een voedselovergevoeligheid kan voor een scala aan symptomen zorgen, variërend van oorontsteking, jeuk en diarree, tot meer chronische klachten als diabetes, gewrichtsproblemen en andere (auto)immuunstoornissen. Veelal spelen disbalansen in de hormoonbalans en het immuunsysteem naast de digestie de hoofdrol bij de klachten. Therapie bij een voedselovergevoeligheid zou zich dus niet alleen moeten richten op het achterhalen voor welke voedselbronnen het dier overgevoelig is. Dit brengt het immuunsysteem op de lange termijn niet in balans. Het achterhalen van de oorzaak van de disbalansen lijkt het de enige logische keuze wil je het dier een lang en gezond leven bieden.

De term voedselovergevoeligheid is eigenlijk een verzamelnaam voor symptomen die zowel kunnen ontstaan vanuit een allergie, als door een voedselintolerantie, of beiden. Allereerst is het dus van belang te achterhalen of er bij je dier sprake is van een echte allergie, een voedselintolerantie, of beiden. Afhankelijk van de aanwezige disbalansen, zal een specifieke aanpak nodig zijn.

Allergie & Immuunsysteem
Een allergie ontstaat door een disbalans van het immuunsysteem, het afweersysteem van het lichaam. Het lichaam kan hierbij (normale) stoffen uit de omgeving gaan zien als indringers en stuurt hier zijn soldaatjes, de witte bloedcellen op af, die de indringer het lichaam uit moeten krijgen. Dit levert ontstekingsreacties op en symptomen als snotterigheid, jeuk, oorontsteking, of bijvoorbeeld diarree. Bij een reactie vanuit het immuunsysteem is deze reactie vaak acuut.
Op welke stof een dier allergisch reageert, verschilt per individu. Een dier kan letterlijk voor elke stof die niet behoort tot het lichaam een allergie ontwikkelen. Als het immuunsysteem nog verder uit balans raakt, kan het zelfs overgevoelig gaan reageren op de lichaamseigen cellen. Dit wordt een auto-immuunreactie genoemd. Het ene dier reageert bijvoorbeeld allergisch op producten als granen, kip of rund terwijl een ander allergisch reageert als hij in een hondenmand van synthetisch materiaal ligt. De meest bekende allergieën bij mensen zijn die voor een bijensteek of bijvoorbeeld pollen in het voorjaar. Bij honden en katten komen allergieën voor de diersoorten kip en rund het meeste naar voren. Daarnaast triggeren ook koolhydraten als rijst, mais, tarwe en andere glutenhoudende producten als vuile pens met graanrijke voedselresten het systeem tot overreactie. Jammer genoeg zijn dit ook gelijk de producten die in de commerciële diervoeding het meeste gebruikt worden.

Voedselintolerantie & Stofwisseling
Bij een voedselintolerantie kan je dezelfde symptomen naar voren zien komen als bij een allergie. De symptomen bij een intolerantie komen echter niet direct voort vanuit het immuunsysteem, dit speelt meer een rol op de achtergrond en zal uiteindelijk wel meegenomen moeten worden in een behandeling. Met name de stofwisseling en een niet goed functionerende darm of lekkende darm kunnen de oorzaak zijn van een voedselintolerantie. Bij een intolerantie kunnen de klachten ook langere tijd na de blootstelling aan de producten ontstaan, in tegenstelling tot de acute klachten bij een allergie.

Bij een stofwisselingsprobleem worden onderdelen van de voeding niet goed verwerkt. De koolhydraatstofwisseling, vetstofwisseling en/ of eiwitstofwisseling kunnen allemaal uit balans zijn. Hierdoor kan het komen dat een dier op alle diersoorten allergisch lijkt, terwijl er in feite geen sprake is van een allergie op de eiwitbron. De verwerking van de eiwitten in het algemeen verloopt hier echter niet helemaal goed. Een tekort aan enzymen kan hieraan bijvoorbeeld ten grondslag liggen, maar ook een disbalans in andere orgaansystemen als de darm waar een goede darmflora een cruciale rol speelt, gaat hier vaak aan vooraf. Behandeling van een voedselovergevoeligheid zal dus, afhankelijk van de oorzaak van deze disbalansen, erg van elkaar kunnen verschillen, ook al doen de symptomen vermoeden dat deze dieren dezelfde aandoening hebben en er alle drie met een eliminatiedieet en zak dieetbrokken wel uit zouden moeten komen.

Belangrijker dus dan te achterhalen op welke voedingsbronnen een dier reageert, is dus om te weten te komen of er sprake is van een disbalans in het immuunsysteem, de stofwisseling of de darmfunctionaliteit.

Als het onderdrukken van klachten als jeuk, oorontstekingen, diarree, buikpijn, winderigheid, terugkerende ontstoken anaalklieren,  en/ of het steeds weer opgeven van voedsel niet goed lukt met jeukremmende middelen, ontstekingsremmers, shampoos, antibiotica, anti-schimmel middelen, diarree-remmers, wordt het toch echt tijd om te gaan onderzoeken waar de klachten vandaan komen.

2) Het eliminatiedieet
Een eliminatiedieet wordt vaak gezien als dé oplossing bij een voedselallergie. Het eliminatiedieet is echter slechts één onderdeeltje van het proces op weg naar herstel. Het slagen van een goed opgezet eliminatie dieet staat of valt bij het achterhalen van en behandelen van de oorzaak van de klachten, niet bij het selecteren van een voedingsbron welke je dier nog niet eerder heeft gehad.
Een eliminatiedieet is erop gericht een dier dat overgevoelig reageert op onbekende voedingsmiddelen, gedurende 6-8 weken slechts één eiwitbron te eten krijgt, waarvan je weet dat het dier hier goed op reageert. Wanneer je door alle voedselveranderingen en behandelingen ondertussen niet meer weet waar je dier nou wel of niet goed op reageert, is een VOA (Voedsel Overgevoeligheids Analyse), een handig startpunt. De VOA vervangt grotendeels het eliminatietraject. Bij de VOA worden zo’n 55 eiwitbronnen doorgemeten welke vaak gebruikt worden in diervoeding. Met de uitslag hiervan krijg je een algemeen beeld hoe de algehele belasting van je dier door voedingsstoffen in het algemeen is. Je weet dan of je met een veilig gevoel een specifiek voedingsmiddel kunt starten en wat de beste manier van opbouwen naar een goede samenstelling van diersoorten is. Daarnaast kan ook het doormeten van de immuunreactie op groente en fruit een meerwaarde vormen voor je dier als deze regelmatig nog andere producten krijgt. Veel dieren reageren echter niet alleen op individueel bepaalde eiwitbronnen, ook diverse koolhydraatbronnen en vetbronnen kunnen een probleem vormen voor de vertering en dezelfde klachten veroorzaken als je ziet bij een allergie.

Bij een VOA wordt er daarom niet alleen gekeken naar de reactie vanuit het immuunsysteem, ook geeft de testuitslag een korte impressie van de reactie van de spijsvertering en de stofwisseling. Voor een eerste indicatie is dit een goede houvast.

Wil je toch liever zelf met het eliminatietraject aan de slag, dan selecteert je één voedingsbron die zoveel mogelijk overeenkomt met het natuurlijk dieet van het dier. Dieren die uit het wild komen hebben over het algemeen nog deze perfecte samenstelling door de natuurlijke voedingsbronnen die ook zij genoten hebben. Je kunt hiervoor bijvoorbeeld kwartel of haas gebruiken. Er wordt bij een eliminatie dieet vaak geadviseerd te kiezen voor een eiwitbron waar het dier nog nooit mee in aanraking is geweest. Het zijn dan ook vaak de uitheemse diersoorten als lama, kameel of struisvogel die we vinden in een standaard eliminatiedieet. We kennen echter allemaal de verhalen van de mensen die nog nooit eerder gestoken zijn door een bij, maar desondanks bij de eerste steek toch gelijk een allergische reactie hebben. Aangezien het immuunsysteem op elke omgevingsstof kan reageren is een vooropgezet eliminatiedieet zoder te weten waar de individuele triggers liggen, niet erg nuttig. De reactie van het lichaam hangt namelijk met name samen met hoe erg het immuunsysteem uit balans is. Wanneer een dier goede reserves heeft, zal een kleine verandering van spijs al herstel kunnen doen opleveren. Een dier dat echter al jaren aan het sukkelen is met z’n gezondheid, zal door een kleine belasting al gelijk een allergische reactie kunnen vertonen..

Wanneer je langzaam maar zeker verbetering van de klachten ziet, wacht je net zo lang met het introduceren van een nieuwe diersoort tot de klachten weg zijn. Wanneer de klachten gedurende deze tijd verdwijnen, wordt dat gezien als het bewijs dat de eerdere klachten veroorzaakt werden door een overgevoeligheidsreactie van het lichaam op een specifieke voedingsstof welke het dier kreeg. Je weet dan echter nog niet op welke (voedings)stof het lichaam reageerde, zeker niet als er in het verleden gemengde voedingsstoffen zijn gegeven als brokken of een gemalen mix. Niet enkel eiwitten, koolhydraten en vetten kunnen een overgevoeligheid triggeren, ook chemische vitaminen en mineralencomplexen, belastende E-nummers  en bijvoorbeeld antibioticaresten uit slechte kwaliteit voeding kunnen het lijf belasten en een overgevoeligheidsreactie uitlokken. Wanneer de klachten verergeren op een bepaalde voedingsbron, dan is het uiteraard belangrijk om gelijk te stoppen en over te gaan op een andere diersoort. Blijft het lichaam op elke dierlijke eiwitbron die je minimaal 6 weken gegeven hebt zonder andere extra’s overgevoelig reageren, dan wordt na het uitsluiten van andere mogelijke factoren voor de klachten, de diagnose ‘allergie voor dierlijke eiwitten’ gesteld. De kans is groot dat er dan geen sprake is van een allergie, maar een verstoring in de eiwitstofwisseling, of een tekort aan stofwisselingsenzymen voor de eiwitvertering. Deze dieren worden regelmatig op een vegetarisch dieet gezet, wat de klachten eerst zal doen verbeteren, maar op de lange termijn zal een carnivoor op een vegetarisch dieet tekorten oplopen en andere klachten ontwikkelen.

 

3) Passend dieet
Nadat de diagnose ‘voedselovergevoeligheid’ gesteld is middels een VOA of een eliminatiedieet, zal er voor het dier een uitgebalanceerd passend dieet gekozen moeten worden. Veel dieren staan hun hele leven op dezelfde brokken, blikvoeding of KVV soort. Ook deze continue belasting van het lichaam met dagelijks dezelfde voedingsstoffen, kan ervoor zorgen dat het lichaam deze voedselbronnen als belastend gaat beschouwen. Variatie is dus de sleutel tot een zo compleet en gevarieerd mogelijk menu.

Brok of vers?
Er is tegenwoordig voor ieder wat wils, brokken, blikjes of een kuipje, voorverpakte kant en klare rauwe voeding, of een zelf samen te stellen menu bestaande uit losse onderdelen bot, spier en orgaan, behoren allemaal tot de mogelijkheden. Bedenk echter dat wanneer het immuunsysteem van je dier al uit balans is, dat je het beste voeding kunt geven welke de natuurlijke functies van het lichaam ondersteund. Voeding van hoogwaardige kwaliteit om tekorten aan te vullen via een natuurlijke en daarom meest efficiënte manier voor het lijf. Voeding welke verhit is of in welke vorm dan ook is bewerkt, levert altijd voedingsstoffen in. Dit zijn voedingsstoffen welke je dier nodig heeft om de vertering goed uit te kunnen voeren zonder extra energie te hoeven besteden aan het zelf aanmaken van de juiste enzymen. Deze energie kan goed gebruikt worden voor het herstel van het lichaam.

We horen nooit wat over een allergische tijger, leeuw of aap. Bij onze huisdieren komen allergieën echter steeds vaker voor. Het gemis aan natuurlijke voedingsstoffen en de grote belasting met onnatuurlijke voedings- en omgevingsstoffen, maakt dat  het voor het lichaam van onze huisdieren steeds moeilijker wordt om natuurlijk en gezond te leven. Hoe meer we het dier kunnen voorzien van voedingsstoffen die door het lichaam herkend en verwerkt kunnen worden tot bruikbare voedingsstoffen, hoe vitaler het dier zal zijn en hoe kleiner de kans op ontwikkeling van welvaartsziekten als allergieën.

Gehydraliseerde brok
Een regulier dierenarts zal bij een (vermoede) voedselovergevoeligheid over het algemeen een hypoallergene brok, of een brok voor sensitieve dieren adviseren. Deze brokjes hebben een lage allergene waarde, wat betekend dat het immuunsysteem weinig tot niet op de eiwitten in de brokjes reageert. Bij deze brokjes zijn de eiwitten namelijk in kleine stukjes geknipt, waardoor het immuunsysteem de vermeende indringers, de allergenen, in dit product niet langer herkend als zijnde de betreffende diersoort. Dit lijkt heel gunstig, want de klachten verdwijnen en iedereen is blij. Echter wordt het immuunsysteem op deze manier om de tuin geleid en uit zijn kracht gehaald om het lichaam te beschermen. Nu het immuunsysteem ogenschijnlijk niet meer reageert op de betreffende, in stukjes geknipte diersoorten, zullen de stoffen die door het lichaam beschouwt worden als belastend, elders opgeslagen worden en tot andere problemen kunnen leiden.

Daarnaast wordt een deel van, of bij sommige merken alle dierlijke eiwitten vervangen door plantaardig materiaal. De meeste brokken bevatten producten als mais, (zoete) aardappel, rijst en soja, welke totaal niet passend zijn voor een carnivoren menu. (De zoete aardappel vormt daarin een uitzondering, maar is ook niet geschikt als dagelijks onderdeel van een vleesetersmaaltijd). Deze voedingsbronnen vormen daarmee net als de geknipt eiwitjes een extra belasting voor het immuunsysteem dat al uit balans was.

Als vanuit een eliminatiedieet (al dan niet met behulp van een VOA) de rust is weergekeerd, kan het lichaam uitgedaagd worden door het toedienen van nieuwe eiwitbronnen. Door steeds elke zes weken een nieuwe diersoort aan het menu toe te voegen zolang het goed gaat, kan de variatie langzaam maar zeker uitgebreid worden. Zodra er wel een reactie optreedt, dan weet je gelijk waar het allergeen zit en kan je deze uit het menu weglaten.

Geen fouten toegestaan
Een eliminatiedieet komt heel nauw. Wanneer het immuunsysteem overgevoelig reageert, kan het binnen krijgen van een heel klein beetje van de allergene stof, tot een langdurige en/ of heftige reactie leiden. Bij het inzetten van een serieus eliminatiedieet, is het dus van uiterst belang dat er buiten de afgesproken eiwitbron(nen) geen andere producten gegeven worden. Dat betekent dus geen excuses voor dat stukje brood of kruimeltje koek bij de koffie, geen klein snackje of een kauwsnack voor de tanden na het eten en geen beloningssnoepjes na het trainen die niet passen binnen het dieet.

1 foutje kan tot wel 6 weken klachten geven. Je hebt dan dus geen helder beeld meer van wat de klachten die horen bij de eiwitbron uit het eliminatiedieet doet en voor welke producten je dier overgevoelig is.

 

4) Ondersteunen van herstel
Ongeacht op welke voedingsbron een dier overgevoelig reageert, is er bij een voedselovergevoeligheidsreactie altijd sprake van een disbalans van het immuunsysteem. Het mooiste is het dus als je niet alleen het lichaam ondersteunt door goede voeding, ondanks dat dit het allerbelangrijkste onderdeel van herstel vormt. Het levert een bonus en vlucht in herstel op als er nog uitgemeten kan worden bij een goed holistisch dierenarts of kundige therapeut, waar de oorzaak van de ontstane disblansen ligt, zodat de zwakke punten van het dier erkend kunnen worden en je hier maatregelen op kunt nemen voor ondersteuning. Vaak ligt het overmatig gebruik van medicatie, vaccinatie of preventieve middelen als ontvlooien met chemische middelen aan zo’n disbalans ten grondslag. Wanneer het dier onvoldoende reserves heeft om de orgaansystemen die deze stoffen moeten elimineren, zoals lever en nieren, dan kunnen andere orgaansystemen zoals de darmen, het immuunsysteem en/ of de stofwisseling verzwakken. Dit uit zich vaak in het begin in kleine oncomfortabele klachten als anaalklierontsteking, een korte oorontsteking of bijvoorbeeld een keertje diarree. Hoe groter de belasting, hoe vaker deze terugkomt, of hoe langer deze duurt, hoe zwaarder de belasting voor het lichaam is. Dit maakt de kans op ontwikkeling van chronische klachten als een voedselovergevoeligheid groter.

Heb je eenmaal de grootste verstoorders van de gezondheid van jouw dier in de gaten en ben je bezig met wederopbouw en versterken van het lichaam, herhaal dan gedurende het hersteltraject meerdere malen de VOA, zodat je weet of het lijf het nog moeilijk heeft, of misschien juist al toe is aan veel meer variatie. Het toevoegen van een nieuwe eiwitbron na momenten van stress, zowel fysieke stress als het meegaan op een lange wandeling als emotionele stress als op vakantie gaan, kan een dier net over het randje trekken van een opgaande herstellijn naar de kant van disbalans. Probeer nieuwe dingen daarom altijd in perioden van rust.
Met een VOA uitslag kan je je ook wat beter richten op de benodigde supplementen om de oorzaak  aan te kunnen pakken. Een goede probiotica, verteringsenzymen, een immuun versterker of juist het stimuleren van de afvoer van afvalstoffen kan het beste zo zorgvuldig mogelijk gekozen worden om het lijf daar te ondersteunen waar het nodig is en niet over te belasten.

 

5) Snappen wat je doet
Als het gaat om een eliminatie dieet is het belangrijk dat je als mens van het dier begrijpt dat een eliminatiedieet alleen maar nuttig is als je het inzet om te achterhalen op welke voedingsstoffen een dier het op dat moment goed doet. Hoewel het een eliminatie dieet is, is het wat lastig te achterhalen welke voedingsstoffen je allemaal uit het menu moet elimineren. Je begint immers vanuit een neutraal punt met voedingsstoffen op maat voor je dier vanuit de VOA, of voedingsstoffen die weinig triggeren als bijvoorbeeld wild. Vandaaruit bouw je het menu uit met zo weinig mogelijk triggers en zo veel mogelijk diersoorten zodat je een mooi gevarieerd menu krijgt.

Door je dus te richten op het ondersteunen van de algehele gezondheid in plaats van (enkel) op het bestrijden en onderdrukken van de symptomen, wordt de kans op herstel en het hervinden van balans in het lijf al vele malen groter.

 

 

Resumerend:

  • Achterhaal voor welke voedselbronnen je dier overgevoelig is (bijvoorbeeld door middel van een VOA)
  • Zelf aan de slag: selecteer eerst één voedingsbron die zoveel mogelijk overeenkomt met het natuurlijk dieet van je dier totdat klachten verdwijnen. Introduceer dan een nieuwe diersoort.
  • Buiten de afgesproken eiwitbron(nen) geen andere producten geven, zoals beloningssnoepjes
  • Ondersteun herstel door middel van probiotica, verteringsenzymen, een immuun versterker of juist het stimuleren van de afvoer van afvalstoffen
  • Richt je op het ondersteunen van de algehele gezondheid in plaats van (enkel) op het bestrijden en onderdrukken van de symptomen
Geef een reactie