Overgevoeligheid voor voedsel

Heb jij ze ook in je omgeving, die honden met alsmaar terugkerende jeuk en / of spijsverteringsklachten? Ze duiken steeds vaker op.

Uiteraard kunnen zowel jeuk als spijsverteringsklachten door parasieten veroorzaakt worden en dat is dan ook het eerste waarnaar gezocht wordt, zowel door de mens van het dier als door de dierenarts. Vlooien, luizen, mijten, maar ook wormen, gisten en schimmels kunnen je dier ongelofelijk veel ellende bezorgen. Naast het versterken van het immuunsysteem zodat je dier minder vatbaar wordt voor dit soort beestjes, is ook symptomatisch tegen dit soort ongedierte met natuurlijke middelen gelukkig veel te doen.

Naast jeuk door parasieten is er echter nog een andere belangrijke (achterliggende) oorzaak van jeuk of spijsverteringsklachten die bij veel honden en katten ellende veroorzaakt. Een voedselovergevoeligheid kan deze problemen veroorzaken en is de overkoepelende term die gebruikt wordt voor het niet kunnen verdragen van bepaalde voedingsmiddelen.

Een voedselovergevoeligheid kan in de eerste plaats ontstaan vanuit een allergie, een probleem voortkomend vanuit een disbalans van het immuunsysteem. Overgevoelige reacties kunnen echter ook het gevolg zijn van een voedselintolerantie. Bij deze laatste ligt de oorzaak niet bij het immuunsysteem. Darmproblemen of stofwisselingsstoornissen kunnen hieraan ten grondslag liggen. Helaas worden overgevoeligheiden lang niet altijd opgespoord, omdat de klachten vaak zeer uiteenlopend en ook nog veelvoorkomend kunnen zijn met allerlei andere oorzaken.

Een allergische reactie kan heel heftig verlopen en in ernstige gevallen zelfs leiden tot shock.

Bij klachten voortkomend vanuit een voedselintolerantie kunnen de problemen veel sluipender zijn en verergeren naarmate je dier vaker in aanraking komt met de stof waar het overgevoelig voor is. Problemen die je hierbij kunt zien zijn jeuk ondanks afwezigheid van parasieten als teken of vlooien, rode huid, bultjes, schilfering, regelmatige belasting met mijten en/ of gisten, bijten aan de pootjes, steeds terugkerende oorontsteking, recidiverende anaalklierontsteking, hotspots, zweren en blaren in de mond (vooral bij katten), ontstoken tandvlees zonder aanwezigheid van tandplak en tandsteen, IBD ((irritable bowel Disease (syndrome)), diarree, obstipatie, braken zonder duidelijke oorzaak, vermoeidheid, winderigheid, hyperactiviteit, diabetes en andere endocriene stoornissen, stemmingswisselingen, overmatige haaruitval, niet af kunnen vallen …. De lijst is enorm en kan bij elk dier anders tot uiting komen, omdat elk dier van nature zijn eigen zwaktes en sterke punten heeft.

Een voedselovergevoeligheid kan op elke leeftijd naar buiten komen en zich voor elk voedingsmiddelen, hoewel er een aantal zijn die vaker voorkomen dan andere. Het opsporen van een voedselovergevoeligheid kan dan ook een lastig klusje zijn.

Het ontstaan van een voedselovergevoeligheid kan verschillende oorzaken hebben. In de eerste plaats speelt erfelijkheid een belangrijke rol. Een dier met een overgevoelig familielid heeft zelf een vele male grotere kans op voedselovergevoeligheidsreacties.

Atopie is de aanleg om een allergische aandoening te krijgen.

Erfelijkheid alleen is echter niet doorslaggevend voor het tot uiting komen van een voedselovergevoeligheid. Recent onderzoek heeft aangetoond dat niet enkel de erfelijke belasting bepalend is voor het tot uiting komen van een erfelijke factor in het DNA, vooral het triggeren van een factor maakt het verschil of dit gebeurt. Omgevingsprikkels spelen daarmee een grote rol in het tot uiting komen van een allergie.

Dieren die niet leven onder de (voor hen) juiste omstandigheden, omstandigheden met veel negatieve prikkels zoals  leven met veel stress, een niet passende hoeveelheid lichaamsbeweging, een niet passend dieet voor het dier, hormonale schommelingen, of bijvoorbeeld een grote chemische belasting door medicatie en vaccinatie, hebben een grotere kans op het ontwikkelen ofwel het uitlokken van een reactie.

Dit kan ertoe leiden dat de darmgezondheid niet optimaal is en genezing van het lichaam kan belemmerd worden.

Belangrijk bij het tegengaan van de symptomen bij een dier met voedselovergevoeligheid, is om het lichaam zo min mogelijk te belasten, waardoor het niet uitgelokt wordt tot overreactie. Dat betekent in de eerste plaats dat de darmen zo gezond mogelijk gehouden moeten worden.

Als eerste is het belangrijk te kiezen voor voeding die past bij jouw individuele dier. Wanneer een dier al een overgevoeligheid heeft ontwikkelt voor 1 of meerdere voedselbestanddelen, dan is het belangrijk te achterhalen om welke stoffen het gaat. Hoe minder het lichaam belast wordt met inname van deze voedingsstoffen, hoe beter het lichaam weer tot rust kan komen en de kans krijgt om te herstellen. Vertoont je dier 1 van bovengenoemde klachten, dan kan je hier zelf al mee aan de slag gaan door de voedingsstoffen die de meeste problemen veroorzaken te mijden.  Vervolgens is het in balans brengen van het lichaam nodig om van de overgevoelige reactie door het lichaam af te komen.

Maar…. welk voedingsmiddel veroorzaakt dan het probleem?

Elk voedingsmiddel kan een overreactie van het lichaam uitlokken als je dier hier overgevoelig voor is.

Met behulp van de bio-energetische Voedsel Overgevoeligheids Analyse  (VOA) kan je bij OerVoer laten testen op welke voedingsstoffen je dier overgevoelig reageert.

Bij minder gevoelige dieren met milde klachten als regelmatige anaalklierontsteking, terugkerende milde oorontsteking, af en toe jeuk of diarree, is vaak alleen al de overstap van verhitte brokken naar rauwe voeding voldoende om van de klachten af te komen.

Verhitting, een proces dat gebruikt wordt bij het maken van de meeste brokken, leidt tot verandering van eiwitten. Kijk maar eens wat er gebeurt als je een stukje vlees in de pan bakt of kookt. Sommige dieren kunnen niet omgaan met deze verandering van de eiwitstructuur, het lichaam herkent het oorspronkelijke eiwit niet meer als voeding.

Een overstap op rauwe voeding kan in het begin echter leiden tot diarree, zeker als het dier altijd op brokken heeft gestaan. Hierdoor kan je het idee krijgen dat je dier ook niet tegen rauwe voeding kan. Schrik er echter niet van. Wanneer je dier altijd op brokken of blikvoer heeft gestaan, zijn de darmen alleen gewend aan steriele voeding (door verhitting), zonder natuurlijke bacterien. De darmen kunnen de natuurlijke rauwe voeding dan vaak ook nog helemaal niet verwerken. Heeft je dier hier moeite mee, dan kan je ‘m een handje helpen om weer te wennen aan natuurlijke voeding door het geven van een probiotica voorafgaand en tijdens de eerste tijd van de overstap. Hier zitten de bacterien in die een dier met een gezonde darmflora van nature wel heeft.

Wanneer je dier ondanks een week of 6 op rauwe voeding toch onvoldoende herstel laat zien, dan kan het zijn dat er toch nog 1 of meerdere voedingsstoffen zijn waar een overgevoeligheid voor bestaat.

Kies dan voor een voeding zonder granen als tarwe en rijst. Ook mais kan bij sommige dieren overgevoeligheden veroorzaken. Bij diersoorten die van nature hoofdzakelijk vlees eten, geeft de aanwezigheid van een relatief grote hoeveelheid van deze voedingsstoffen in het dieet een grote kans op het ontstaan van problemen. Het lichaam is van nature niet ingesteld op het verwerken van zulke grote hoeveelheden koolhydraten en bij sommige dieren is zelfs de aanwezigheid van een kleine hoeveelheid, bijvoorbeeld als het proodier zelf granen heeft gegeten, al voldoende voor het ontstaan van ernstige klachten. Je kunt dan ook het beste kiezen voor prooidieren die zelf geen granen hebben gegeten, of waar in ieder geval maag en darmen uit verwijderd zijn, zodat je zeker weet dat de reactie die je ziet op de diersoort is en niet op de mogelijke granen die aanwezig zijn in de voeding.

Bij OerVoer hebben we speciaal voor de overgevoelige dieren op de site staan welke diersoorten granen kunnen bevatten. Waar mogelijk leveren wij zonder maag en darmen, zodat ook dieren met een milde graanovergevoeligheid deze diersoorten rustig kunnen eten. Wanneer je dier goed om kan gaan met pens hebben we de losse pens beschikbaar zodat je het dieet naast een goede diersoortvariatie compleet kunt maken.

Wanneer het uitsluiten van koolhydraten nog niet voldoende is om je dier geheel klachtenvrij te krijgen, is het belangrijk uit te zoeken welke eiwitbron de veroorzaker is van de overgebleven klachten.  De diersoorten die het meest frequent klachten veroorzaken zijn kip en rund.

Ook andere lopende diersoorten als lam, tamme eend en tam konijn (in tegenstelling tot vliegende, rennende en zwemmende diersoorten), gaan echter vaak meedoen na kruisreactie (bijvoorbeeld als je dier voeding heeft gehad in het verleden waar meerdere diersoorten in zaten verwerkt). Hun vetzuurverhouding is anders dan die van wilde dieren en kan bij honden en katten met een stofwisselingsprobleem de klachten in stand houden.

Eigenlijk krijgen vrijwel alle diersoorten die in onze samenleving  gehouden worden voor consumptie een menu dat gebasseerd is op granen. Voor jouw dier kan hier de oorzaak van de klachten liggen. Grasgevoerde  lopende diersoorten kunnen hier dus een uitzondering op vormen, met name omdat hun vetzuursamenstelling anders is dan die van hun familie uit de graangevoerde stal.

Start daarom bij voorkeur met een dieet bestaande uit Zuiver 1 diersoort dat geen granen heeft gegeten tijdens het leven. Bij wild heb de grootste kans op succes.

Voeg hier elke 6 weken een nieuwe diersoort aan toe, in ieder geval pas zodra je zeker weet dat het op de betreffende diersoort goed gaat. Merk je dat de klachten weer starten, stop dan met deze diersoort en ga terug naar de diersoort(en) waarop je dier klachtenvrij was.

Wil je toch graag lopende diersoorten geven? Zoek dan een leverancier waar geen pens, maag en/ of darmen met granen in de producten zitten.

 

Geef een reactie