Puppy’s!!!

Nieuw leven, hoe je ze met rauwe voeding kunt helpen gezond groot te worden en te blijven. Antwoorden op veel gestelde vragen.

In het voorjaar, als de sneeuwklokjes aan alle kanten naar boven komen en een licht zonnetje ons tegemoet straalt, weet de natuur dat het tijd is voor nieuwe aanwas. Jonge dieren worden weer geboren als het wat warmer is en daarmee de kans op overleving groter. Bij honden is deze natuurlijke cyclus door de fokkerij en het leven in verwarmde huizen grotendeels weggezakt en worden puppy’s het hele jaar door geboren.

1Toch is de oorsprong van de wolf nog steeds een beetje zichtbaar en zien we met de lengende dagen steeds meer pupjes die hun OerVoer pakket komen halen. Veel vragen kunnen echter rijzen wanneer je besloten hebt je nieuwe huisgenoot te voorzien van gezonde verse voeding, zoals:

  • Wanneer mag je pup nou eigenlijk echt helemaal over op wolveneten en hoeveel geef je dan?
  • Moet je er dan nog wat bij geven aan supplementen om de maaltijd compleet te maken?
  • Wanneer krijgt je pup te weinig of
  • Wanneer wordt dat schattige baby vet van je pupje toch echt schadelijk te veel?

Een wolvenmaal

Verkeerde voeding, te weinig voeding, te veel voeding… allemaal factoren die een flinke bijdrage kunnen leveren aan het ontwikkelen van vervelende aandoeningen als groeipijnen, heupdysplasie, het wobbler syndroom, artritis etc.

2Wanneer je pup bij je in huis komt, wil je dus meteen vanaf het begin al een goed samengestelde maaltijd geven. Niet alleen voorkomt dit een hoop pijn en ellende bij het dier, ook je portemonnee vaart er minder wel bij als je de dierenarts vaak bezoekt.

Begin je bij voorkeur met over de grote lijn uitgebalanceerde rauwe maaltijden, dan heb je de grootste kans dat je dier alle benodigde ingrediënten binnen krijgt. Door je pup al vroeg in zijn leven te voorzien van voeding die bol staan van bruikbare voedingsstoffen, geef je hem de grootste kans op een gezonde start.
Een complete maaltijd bevat in feite alle onderdelen welke een dier ook binnenkrijgt wanneer hij op natuurlijke wijze een heel prooidier zou vangen. Niet alle wolven vangen elke maaltijd een hele prooi, ze jagen ook wel gezamenlijk met hun familie. Ze delen dan de prooi. Op zo’n moment krijgt niet elk dier dus een compleet uitgebalanceerde maaltijd binnen. Ook wij eten niet elke dag een compleet uitgebalanceerd maal. Net als bij ons, zal over een langere tijd de balans echter herstellen wanneer het dier zijn dieet aanvult met andere onderdelen van andere prooien, als ook af en toe wat kruiden, groenten of fruit uit de omgeving.

Gemalen start

5Een klein wolvenpupje vangt uiteraard nog niet zijn eigen prooi, dat doet mama-wolf gelukkig. Wanneer de pup start met de overgang van melk naar vast voedsel, maakt een moeder het de pup makkelijk zodat maag en darmen kunnen wennen aan vertering van andere en grovere voedingsstoffen dan die van melk:

Moeder vangt en eet de prooi op. Wanneer de prooi al een tijdje in de maag heeft gezeten, is deze wat verder verteerd. Moeder geeft de prooi dan weer op.

Hierdoor krijgt de pup alle onderdelen van de prooi voor verteerd voor z’n neus, een complete maaltijd dus, maar wel in makkelijkere verteerbare vorm voor een pup.

Wanneer je een pupje over wilt gaan zetten van moedermelk naar vast voedsel kan je dus voor de meest natuurlijke overgang starten met gemalen rauwe voeding. Zodra een pup interesse begint te tonen voor het eten van zijn moeder, of wanneer moeder haar eigen eten begint op te geven voor de pups, dan is het tijd om hier langzaam aan te gaan wennen. Dit is meestal al rond de 4e week, maar kan enorm verschillen per ras en individu. Ondertussen blijft melk echter de belangrijkste bron van voedingsstoffen. De vertering door het jonge maagdarmstelsel is namelijk nog niet zo ver dat een pup gelijk alle benodigde voedingsstoffen uit de nieuwe voedingsmiddelen kan halen. Dit moet langzaam opgebouwd worden en ondertussen kan de complete moedermelk ervoor zorgen dat het pupje geen tekorten ondervindt. Hoe langer een pup op moedermelk staat, hoe beter een pup de kans krijgt om zich goed op te bouwen, zowel mentaal als fysiologisch.

Rond de 8e week kan een pup met deze opbouw volledig over op gemalen rauwe voeding. Heb je een fokker die open staat voor rauwe voeding, dan kan je overleggen of zij de pup langzaam al aan kan laten wennen. Wanneer je pup rond de 12e week bij jou thuis komt en gewend is aan brokjes, dan kan je de overstap naar rauwe voeding ook starten met het overzetten op gemalen voeding. Geef eventueel ook een probioticum om voor de darmen de overstap naar levende, enzymrijke voeding gemakkelijker te maken en diarree te voorkomen.

Nu al bot??

Natuurlijk rauw bot bevat een goede calcium fosfor verhouding. Alle dieren, maar zeker jonge dieren in de groei, hebben calcium nodig om te groeien en het ontstaan van o.a. ontwikkeling van botproblemen te voorkomen. Te veel calcium kan echter ook vervelende consequenties hebben.  In de natuur wordt er niet gelet of de betreffende prooi groot of klein is, elke diersoort bestaat namelijk van zichzelf al uit een perfecte verhouding. Enkel wanneer een pup een teveel aan calcium binnen krijgt afkomstig van een natuurlijke rauwe vleesbotbron of uit onbewerkte groentes, wordt het teveel aan calcium via de ontlasting uitgescheiden. Hoewel een overmaat aan bot de ontlasting wat kan bemoeilijken, is dit in geringe mate geen ernstig probleem. Wanneer de hoeveelheid calcium in de voeding afkomstig is uit een andere bron dan die van natuurlijk onbewerkt rauw bot of groente, dan kan een teveel aan calcium wel degelijk schade aanrichten, zeker op de lange termijn. Een juist percentage bot in de voeding van je pup is dus belangrijk voor voldoende opname.

Calciumsupplement bij grote rassen?

Honden van alle rassen, groot en klein, hebben eenzelfde percentage rauw bot nodig in hun dieet. Een grote wolf vangt immers geen prooi die meer calcium bevat dan een kleine wolf. De verhouding in het dieet blijft hetzelfde, ongeacht het ras. Honden van grotere rassen hebben enkel een grotere hoeveelheid voeding nodig dan honden van kleinere rassen om aan het juiste percentage calcium te komen.

Let er bij het kiezen van een gemalen voedingssoort dan ook op, dat deze de juiste verhoudingen bot, spier en orgaan bevat, zodat alle benodigde stoffen die een pup nodig heeft om te groeien aanwezig zijn. Wanneer een pup volledig gespeend is en dus geen voedingsstoffen meer via de  moedermelk binnenkrijgt, is de aanwezigheid van botten in de maling zeker in deze groeifase erg belangrijk. De aanwezigheid van een voldoende hoeveelheid calcium in zijn natuurlijke vorm (en geen toegevoegd preparaat), maakt dat het goed opgenomen kan worden. Het te snel groeien van de botten of juist niet voldoende calcificeren van de botten is van een juiste calciumvoorziening  afhankelijk.

Naarmate het dier ouder wordt, zal het in de natuur steeds minder voor verteerde voeding van de moeder terugkrijgen, zodat de stukjes die de pup zelf moet verwerken groter zijn. Om dit natuurlijk proces te volgen, kan je je pup al vrij vroeg stukjes zacht rauw bot aanbieden om mee te experimenteren (kippennekjes of eendennekjes). In eerste instantie gebruikt je pup deze vooral voor ontwikkeling van zijn smaak, om te wennen aan de textuur en voor het ontwikkelen van de kauwspieren. Je pup zal hier dan in eerste instantie dan ook voornamelijk mee spelen, en er op knagen. Naarmate de spieren zich verder ontwikkelen zal hij er af en toe echt een stukje van af kunnen knabbelen en dit opeten. Bij het begin van de echte overstap van gemalen voeding naar hele producten kan je kiezen voor stukjes spiervlees en orgaan welke je klein knipt. Deze zijn zacht en kan ook een pup met z’n kleine tanden opeten. Ook het echt opeten van de botstructuurtjes zal steeds minder een probleem vormen naarmate de pup ouder wordt.

Door de verschillende onderdelen uit een prooidier te combineren, begint zo de voeding van je pup al echt op een volledig wolvenmaal te lijken. Wanneer je wolfje nog niet toe is aan het opeten van volledige stukjes bot, kan je, om je pup toch voldoende bot binnen te laten krijgen, tijdens de overgangsfase nog gebruik maken van een botmaling. Combineer een botmaling altijd met spier- en/of orgaanvlees voor een makkelijke ontlasting.

Voor het voeren van de juiste verhoudingen spiervlees (40%), organen (15%) en bevleesd bot (45%), neem je een termijn van maximaal een maand, of laat dit bij OerVoer doen door het bestellen van een 100% of combi pakket.

Maar hoe weet je nou of je genoeg voert?

Wanneer je de juiste percentages bot, spier en orgaan aanhoudt, is het vooral belangrijk hoeveel je geeft.  Een pup eet relatief meer dan een volwassen hond en honden van kleine rassen eten relatief ook meer dan honden van grotere rassen.

Voor de hoeveelheden kan je het volgende aanhouden, waarbij je voor een pup van een groot ras de laagste hoeveelheid aanhoudt en voor een pup van een klein ras de hoogste hoeveelheid. Voor een middelgrote hond hou je een hoeveelheid daartussenin aan:

Leeftijd in maanden Aantal maaltijden per dag Hoeveelheid voeding per dag
0 tot 4 3 tot 4 50-100 g/kg l.g.
4 tot 7 2 tot 3 80-40 g/ kg l.g.
7 tot 10 2 50-30 g/ kg l.g.
10 tot 12 2 25 g/ kg l.g.
> 12 1 tot 2 25 g/ kg l.g.

 

Deze hoeveelheden zijn echter gemiddelden.  Wat vooral belangrijk is bij een pup is om te kijken naar wat je pup nodig heeft. Verschillende invloeden (denk aan: activiteit, karakter, stofwisseling en ras) kunnen ervoor zorgen dat nou net jouw pup een grotere of juist kleinere hoeveelheid voeding nodig heeft.

Om dit te bepalen, ga je met je vlakke hand over de ribben van je hond. Wanneer je tussen de vacht door de ribben elk van elkaar kunt onderscheiden maar niet kunt zien, dan heeft jouw pup voldoende. Kan je de ribben goed voelen en zie je ze ook, dan mag je meer voeren. Wanneer de ribben van jouw jonge huisgenoot niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan mag je wat minder voeren. Omdat niet elke maaltijd evenveel vet bevat als je voldoende varieert, is het niet mogelijk om per dag een exacte hoeveelheid voeding vast te stellen. Neem daarom het gemiddelde van een week en werk daarmee.

Supplementen nodig?

Naast de basisvoedingsstoffen die je pup haalt uit het prooidier, zijn er diverse supplementen op de markt. Enkel wanneer jouw pup een tekort heeft opgelopen, ziek is geweest of op een onvolledig dieet staat, is het nodig het dieet aan te vullen met supplementen. Extra’s zijn wel altijd mogelijk, welke het dieet nog verder opwaarderen. Je kunt hierbij denken aan een rauw eitje (verwijder de schil indien het geen biologisch eitje is!) Bij een biologisch ei kan je de schil in het begin geprakt door het eitje aanbieden, later kan je het hele ei bij het eten doen. Ook groenten kan je door naast de voeding aanbieden. De meeste honden vinden dat heerlijk.

Lust je hond geen vis en wild? Biedt dan een omega 3 supplement aan (krillolie, groenlipmossel)

Kauwen of knippen, bijten en knagen.

Zolang je pup nog op gemalen voeding staat, kan je helpen de kauw (eigenlijk knip-) spieren te trainen. Vrijwel elke pup heeft van nature de neiging overal op te bijten en op te kauwen. Dit kan ten koste gaan van je mooiste schoenen, speelgoed van de kinderen of een tafelpoot.

Zodra je je pup dus de mogelijkheid geeft over te stappen op rauwe voeding bestaande uit grotere onderdelen in plaats van alleen een gemalen maaltijd, dan bevredig je hiermee gelijk deze enorme neiging om overal op te kauwen.  Tevens krijgt je pup de kans de maagspieren te trainen, iets wat minder tot niet gebeurt bij de gemalen maaltijd welke makkelijk het maagdarmkanaal doorloopt. Dit zorgt ervoor dat de spieren van de maag minder sterk zijn.

Kies je ervoor je pup liever toch alleen gemalen voeding aan te bieden, zorg er dan voor dat je je pup kauw-alternatieven aanbiedt zodat hij toch zijn instinct kwijt kan. Je kunt hierbij denken aan bijvoorbeeld een henneptouw.
Het trekspelletje wat je met zo’n touw met je pup kunt doen is niet alleen goed voor het opbouwen van jullie sociale band. Het trekken aan een (spel)prooi is een hele natuurlijke reactie. Met de spelbewegingen die je pup gebruikt en het rustig weerstand bieden op hoogte van je de bek van je pup, boots je de weerstand van een natuurlijke prooi na. Voor het vangen en vasthouden van een prooi heeft een dier in de natuur sterke kaken nodig,  maar ook voor het kapot snijden van een stukje vlees en knagen op een bot moeten de kauwspieren goed ontwikkeld zijn. Enkel met een leuk spelletje kan je je pup dus al helpen om makkelijker zijn rauwe maaltijden met gemak op te kunnen eten, je slaat hiermee dus meerdere vliegen in 1 klap.

Is je hond toch niet zo gecharmeerd van trekspelletjes of heb je even geen tijd om bezig te zijn met de kauwbehoefte van je hond, dan is een stevige gedroogde snack zoals vissenhuid, ganzen- of eendenpootjes een goed alternatief voor de ontwikkeling van de kaakspieren. Is je pup al wat ouder en heeft hij al meer kauwervaring, kies dan voor de wat hardere snacks als het hertgewei of een hertenbot. Ook de boomwortels vallen bij veel fervente knagers goed in de smaak. Leg het kauwproduct regelmatig weg zodat je dier er niet op uitgekeken raakt!

Geef een reactie