Waarom een koe geen haas vangt

Als je deze blog leest bij OerVoer, is de kans groot dat je je hond en/of kat al rauw voert. Hoewel veel mensen aangeven dat ver voeren dé oplossing zou zijn voor een schoon gebit, komen er ondanks verse voeding toch nog regelmatig vragen over dieren met tandproblemen naar voren.

Hoe voorkom je nou deze opbouw van tandplak en rotte tanden?

Katten zijn obligaat carnivoren, wat betekent dat ze alleen leven op voeding van dierlijke oorsprong. Recent onderzoek heeft aangetoond dat ondanks het feit dat honden nog wel eens wat groens meepikken onderweg, ook zij behoren tot de carnivorengroep. Dat betekent, dat honden en katten het beste gedijen op voeding die het beste past bij een carnivoor, namelijk vlees. De bouw van een hondenlichaam komt het meest overeen met de bouw van een wolvenlijf. En katten stammen zeer waarschijnlijk af van tijgers of nauwverwanten. In de natuur zal je niet snel een wolf of tijger tegenkomen met tandplak, rotte tanden of sterft aan de enorme lichamelijke gevolgen die kunnen ontstaan door een slecht gebit als hartfalen, nier- en leveraandoeningen. Maar hoe is het mogelijk dat deze aandoeningen met grote regelmaat wel bij onze huistijgers en -wolven worden vastgesteld?

Wat doen onze dieren dan anders dan de dieren in het wild? Om hier een antwoord op te kunnen geven kijken we naar de voeding van onze huisdieren en die van hun verwanten in het wild. Carnivoren eten in het wild hoofdzakelijk dierlijke eiwitten. Behalve wat complexe koolhydraten uit maag- en darmen van het prooidier en de incidentele grassen, kruiden, groenten en fruit welke een carnivoor ook nog wel eens op wil smikkelen, eten ze weinig
tot geen andere producten dan dierlijke eiwitten.

Vanuit dit oogpunt zou je dus mogen verwachten dat de voeding welke op de markt is voor honden en katten op dezelfde manier is opgebouwd. Echter waarom zitten er in een groot deelvan deze voedingen dan zoveel plantaardige onderdelen?

Wat kunnen onze honden en katten met deze ingrediënten? Om daar een antwoord op te kunnen geven, is het belangrijk te gaan kijken naar de manier waarop onze dieren hun voeding verwerken.

 


Noot: Bekijk eens in de maand het gebit van je hond of kat. Niet alleen raakt je dier hier dan goed aan gewend waardoor het makkelijker is bij de dierenarts, ook valt het  sneller op als er afwijkingen zijn.


 

Verwerking van voeding begint al in de mond. Bij het zoeken naar eten wordt een dier vaak geleid door de innerlijke behoefte. Zolang een dier redelijk in balans is, kan het prima een onderscheid maken tussen voeding welke het nodig heeft en voeding welke z’n lijf zal beschadigen. Heeft een dier echter tekorten en zeker als deze ernstig zijn, dan is de kans groot dat het zich ook tegoed zal doen aan minder gezonde voeding als deze toevallig wel wat van de voedingsstoffen bevat welke het dier tekort komt.

De vraag is dan wat goede voeding is voor je hond of kat. Er zijn een aantal voorwaarden waar deze voeding dan aan moet voldoen: In de eerste plaats is het belangrijk dat je dier de voeding goed kan verwerken, want een voer kan nog kwalitatief nog zo’n goede ingrediënten bevatten, als jouw dier ze niet kan verwerken, dan komen de onderdelen er onverwerkt aan de achterkant zo weer uit. Daarnaast is het ook nodig dat je dier zijn voedingsstoffen uit de betreffende voeding kan halen.

Hiertoe moet de voeding niet alleen voldoende voedingsstoffen bevatten, deze moeten er echter ook nog in een zodanige vorm in zitten, dat het dier ze op kan nemen.Tenslotte is het natuurlijk ook nog prettig als je dier blij wordt van wat je ‘m voorschotelt.

Geen mens is gelukkig als zijn dierenvriend treurig naar een goed gevulde bak zit te kijken voorzien van het duurste voer waarvan de fabrikant claimt dat deze de beste ingrediënten bevat. Een dier wordt blij van zijn voeding op het moment dat deze lekker is, het eten een uitdaging vormt en het dier er zijn instinct op los kan laten.

De mond

Voor goede verwerking van voeding heeft elke diersoort een specifiek spijverteringsstelsel tot z’n beschikking. Dit spijsverteringsstelsel begint bij de mond.

De tanden

De tanden van een carnivoor zijn aanzienlijk anders dan die van een omnivoor of herbivoor. Vleeseters beschikken over grote hoektanden waarmee ze hun prooi vast kunnen grijpen. De voortanden stellen het dier in staat restjes vlees van de botten af te schrapen. Tenslotte zijn de kiezen  van een carnivoor zodanig van vorm en rangschikking, dat deze langs elkaar heen scharen als de bladen van een schaar. Dit schaargebit stelt het dier in staat vlees in stukken te knippen, maar ook om botten moeiteloos te breken indien nodig.

Omnivoren zoals de mens beschikken net als carnivoren over hoektanden, al zijn deze vele malen kleiner en minder scherp dan die van een carnivoor. De voortanden van de omnivoren zijn verhoudingsgewijs juist weer groter dan die van een carnivoor en de kiezen van een omnivoor lijken weer meer op die van een herbivoor dan op die van een carnivoor. Ze beschikken over wat knobbels waarmee ze plantstructuren goed kunnen verkleinen.

De kiezen van een herbivoor zijn namelijk afgeplat en bevatten plooien waarmee plantdelen nog beter dan met de knobbelkiezen gekneusd kunnen worden. Dit kneuzen hebben herbivoren nodig om de celstructuur van plantaardig materiaal zodanig kapot te maken, dat de voedingsstoffen er optimaal uit opgenomen kunnen worden. Dit doen ze door met hun kiezen de voeding te malen.

Wat we zo snel al dus kunnen beredeneren, is dat het gebit van carnivoren niet geschikt is voor het vrij maken van voedingsstoffen uit plantdelen middels kauwen, evenmin als dat het gebit van een koe geschikt is voor het vangen van een haas...

Speeksel

Verwerken van voeding begint dus bij het gebit. In de mond gebeurt echter meer. Diersoorten die plantaardig voedsel eten, kauwen hun voeding om de celstructuren kapot te kunnen maken, waardoor de voedingsstoffen beschikbaar komen voor opname door het lichaam verderop in het maagdarmkanaal. De kiezen van de herbivoor zijn hier optimaal op gericht. Herbivoren kauwen lang op hun voedsel om plantdelen kapot te maken. Hier maakt het lichaam handig gebruik van. In de mond komt tijdens het kauwen speeksel vrij. Hoe langer er gekauwd wordt, hoe meer speeksel er vrij komt. Speeksel bevat bij herbivoren onder andere het enzym amylase, wat helpt bij het omzetten van zetmeel in suikers.

Behalve dat speeksel helpt bij de vertering, heeft het een reinigende werking op tanden, kiezen en het mondslijmvlies. Het vormt ook een slijmlaag op de gebitselementen die tandslijtage tegengaat.

Daarnaast remt speeksel de werking en de groei van bacteriën en schimmels in de mond, waardoor mondinfectie wordt voorkomen.

Carnivoren kauwen niet zozeer, omdat hun kiezen vooral geschikt zijn om vlees en botten in grove stukken te knippen wanneer het te groot is om in één keer door te slikken. Ze maken tijdens het eten dan ook geen grote hoeveelheden speeksel aan zoals herbivoren. dat doen. Zo kan een paard tot wel 40 liter speeksel aanmaken per dag, tegenover zo’n 150 ml bij een hond. Carnivoren hebben hebben geen amylase in hun speeksel. Ze hebben dat ook niet nodig, omdat zij vrijwel geen plantaardig materiaal in hun natuurlijk dieet hebben. Het beetje wat zij binnenkrijgen via hun prooi, kan verteerd worden door een beperkte hoeveelheid amylase verderop in het spijsverteringskanaal.

Voor de vertering van vlees, eiwitten, bevat speeksel geen enzymen. Zou dat wel het geval zijn, dan zouden deze enzymen ook de binnenkant van de mond beschadigen. Immers, een dier bestaat ook uit dierlijk materiaal, ofwel eiwit...

Tandplak

Tandplak is in feite een heel dun laagje van bacteriën op het tandoppervlak. Het wordt veroorzaakt doordat voedingsresten op de tanden achterblijven na het eten. Vooral zachte voeding blijft makkelijk tussen de tanden plakken, maar ook voeding welke na het bijten breekt in kleine stukjes kan leiden tot tandplak.

Vooral het tandvlees vormt een goede plek voor ontwikkeling van tandplak. Voor ontwikkeling van tandplak zijn bacteriën, koolhydraten, etensresten en speeksel nodig. Na het eten van voedsel met koolhydraten, zullen de koolhydraten zich combineren met de natuurlijke bacteriën in de mond om zuur aan te maken. Dit zuur wordt gecombineerd met oude etensresten en speeksel. Door de chemische reactie die hierbij vrij komt, ontstaat een kleverige stof die na verloop van tijd erg hard kan worden. Zolang het kleverig is, wordt er gesproken van tandplak. Hoe meer tandplak er gevormd wordt, hoe harder de laag. Zo’n harde laag wordt tandsteen genoemd.  Zonder regelmatig poetsen, zullen na verloop van tijd de zuren uit de tandplak het tandglazuur aantasten, waardoor tandbederf ontstaat.

Bij een carnivorengebit zal zich niet vanzelf tandplak vormen zolang het dier voedingsmiddelen eet die passen bij het carnivorengebit. Denk dan dus aan grote stukken spiervlees, bot en orgaan. Zodra de voedingsmiddelen kleiner worden, koolhydraten bevatten en/ of plakkerig zijn, dan kunnen er resten achterblijven in de mond tussen de tanden. Hierdoor kan ook een hond of kat op een rauw menu met gemalen voeding, tandplak ontwikkelen. Zeker bij gemalen voeding met onderdelen als rijst, aardappel of andere koolhydraten, is de kans op ontwikkeling van tandplak ondanks de gezonde samenstelling van de rest van het menu aanwezig.

Voor bepalen wat geschikte voeding is voor een schoon gebit, is het dus niet alleen belangrijk dat je hond of kat rauwe voeding eet, ook de samenstelling en de vorm maken het verschil.

Wil je je dier toch graag gemalen voeding geven, bijvoorbeeld omdat je hond ouder is en moeilijk kauwt, je kat het lastig vindt om karkasjes te eten of je het zelf erg spannend of veel werk vindt, zorg dan voor een goed alternatief voor de grove structuren in het carnivorendieet welke het gebit mooie schoon houden.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan het regelmatig geven van kauwproducten aan de hond, zoals een hertgewei (antler), (gedroogde) stukken pens, en voor de kat gedroogde visjes zoals sprotjes, welke te groot en taai zijn om in een paar happen op te eten. Het alternatief is het poetsen van de tanden met een voor de hond geschikte tandenborstel en (bij voorkeur natuurlijke) voor honden geschikte tandpasta.

Omdat katten niet graag uren op botten liggen te kluiven zoals honden dat kunnen, is het belangrijk
om vooral ook katten op een gemalen rauw menu regelmatig grotere snacks aan te bieden,
waardoor ze toch hun tanden moeten gebruiken om tandplak te voorkomen! Denk hierbij aan
gedroogde visjes zoals sprot, gedroogde stukjes spiervlees of gedroogde orgaantjes.

 

 

2 gedachten over “Waarom een koe geen haas vangt”

  • Taco van der veen

    Bedankt,

    een heel mooi artikel, waarin duidelijk uitgelegd wordt wat de invloed van voeding op gebid en lichaam is. Zelf kreeg ik in meditatie door dat ik nier, darm en amylase probleem heb, wat uit testen later ook bleek (Dus ik spreek uit eigen ervaring van oorzaak gevolg. Eerst nierproblemen, pas erna ontstond de tandplak en gaatjes; eerst een vrij goed gebid. Maar onbewust fout dieet in de jeugd is de oorzaak van alles).
    Dokters gaven weinig advies. Amylase kon ik totaal niet plaatsen. Hier lees ik een korte zin met amylase, en direct valt het kwartje. Hartelijk dank hiervoor. Schitterend artikel; vrolijk en duidelijk verwoord.

    Hele leuke zin (moest ik wel even 3x lezen voor ik hem snapte) dat eiwitten niet in de mond verteerd kunnen worden (zou je mond meeverteren). Had natuurlijk wel gekund, want nu wordt het in maag of darm verteerd, en die zijn ook van dierlijk materiaal zo jij beschrijft; gelukkig is de "divine creation" toch perfect.

    1 zin zou ik iets anders verwoorden (namelijk de oorzaak is een fout dieet, gevolg/symptoom is orgaanschade --> verzuring --> slecht gebid):
    Dus:
    "of sterft aan de enorme lichamelijke gevolgen die kunnen ontstaan door een slecht gebit als hartfalen, nier- en leveraandoeningen"
    Beter:
    "of sterft aan de enorme lichamelijke gevolgen die kunnen ontstaan door een slecht dieet namelijk hartfalen, nier- en leveraandoeningen.

    Hiermee benadruk je de echte oorzaak van slechte nier/lever werking, namelijk een slecht dieet. Want ik zag nog nooit een koe of haas tanden poetsen; niet nodig, omdat ze namelijk eten zoals 'God' het gaf, in de rauwe vorm. Dan krijg je geen plak (tenzij je oud wordt of ziektes krijgt).

    Ik denk niet dat een beetje plak nier/lever aandoeningen geeft. Zeker als je bewust (wetenschappelijk aangetoond) bent dat ieder lichaam vol zit met parasieten en wormen en andere organismen die meeleven in ons lichaam. En waar het lichaam een beetje balans in moet vinden. Daarbij valt invloed van tandplak in het niets. Natuurlijk weet ik wel "alle kleine beetjes helpen".

    Het is een feit "dat je bent wat je eet". Dus voeding heeft direct effect op nieren en lever. Natuurlijk als je spijsvertering van heb ik jouw heb, zal voeding minder invloed hebben. Maar geldt nog steeds "je bent wat je eet".

    Ik zou er ook nog bij zetten, dat de dier eigenaar natuurlijk het goede voorbeeld moet geven aan zijn kat/hond (want bovenstaande geldt voor mens en dier). Want hond lijkt op baas vaak. Veel mensen weten wat goed is voor anderen, maar brengen het niet zelf in praktijk.

    [Hoe kwam ik op je site: Vriendin vertelde mij dat ze in meditatie door kreeg "Waarom een koe geen haas vangt". Daarom google-de ik. Ze had geen clue waarom ze dat doorkreeg. Ik nu wel "ze zei nl. tegen mij, ik ga vanaf nu lekkere dingen eten, dan word ik maar dikker...etc.". Ik ben voorstander van gezonde voeding, maar zei maar even niets (zou ze juist ertegenin gaan)].
    Nu stuur ik alleen maar jouw link, zal ze het zelf wel ontdekken dat gezond eten niet alleen om mooi uiterlijk gaat. Dus ook hierom hartelijk dank voor je mooie blog.

    Hartelijke Groeten
    Taco

    Reageren
Geef een reactie