Kan elke hond botten eten?

Niet elke hond kan zomaar botten eten en zeker niet alle botten.
Elke hond kan echter heel goed leren om botten te eten, daar is zijn maagdarmstelsel voor gemaakt.

Belangrijk is dat een hond niet meer op brokken staat wanneer hij rauwe botten krijgt. Voor het verteren van brokken is een andere zuurgraad van de maag nodig dan voor het verteren van botten. De zure pH die nodig is voor het verteren van botten kan niet bereikt worden wanneer de maag nog vooral gewend is aan het verteren van brokken. Het bot blijft dan lange tijd in de maag zitten en kan schade veroorzaken. Een overgangsperiode waarbij een dierenmaag 'leert' om botten te verteren, is dus belangrijk. Ook moeten honden die schrokken leren dat ze de botten niet in 1 keer inslikken, maar goed knippen.

Om nieuwe honden bij OerVoer over te zetten op rauwe voeding, wordt er vanuit de brokken daarom eerst een overstap gemaakt naar een dieet bestaande uit volledig rauw, gemalen vlees. Hier worden zachte, makkelijk verteerbare, gemalen botten aan toegevoegd. Langzaam wordt er in het vervolg van het menu toegewerkt naar de hardere botsoorten van kleinere diersoorten, zodat de maag langzaam kan wennen en een nieuwe pH kan aannemen. Ten slotte kunnen de zachtere botsoorten van de grotere diersoorten gegeven worden.

Wanneer je zelf aan de slag wilt met rauw voeren, zorg er dan bij de overstap naar de botten voor dat je hond ze niet naar binnen schrokt. Onderdelen als vleugeltjes, waar bijvoorbeeld een haakvorm in zit, kunnen dan klem komen te zitten in de keel. Wanneer je niet zeker weet hoe je hond op de botten reageert, sla ze dan vooraf plat met een hamer en zorg dat er geen hoeken in de botten zitten.

Geef zelf ook geen botten van de dragende onderdelen van grotere diersoorten. Bij OerVoer dragen wij er zorg voor dat je hond deze botten niet in zijn menu zal krijgen. Deze botten zijn te hard voor het gebit en kunnen leiden tot snelle slijtage en het afbreken van gebitselementen bij fanatieke dieren. 

Hou ook rekening met de grootte van je hond. Geef grote honden geen kleine harde stukken bot die ze in 1 keer door kunnen slikken, zorg voor grotere stukken met vlees eraan, zodat je hond eerst beheerst moet scheuren voor hij de stukken naar binnen werkt. Hiermee voorkom je verslikking en het vast komen te zitten van botstukken.

Wanneer je hond een slecht gebit heeft, kan het zijn dat hij moeite heeft met het eten van karkasjes en andere grotere botten. Of een dier met missende gebitselementen botten kan eten, verschilt per hond. Laat het gebit van je hond daarom eerst controleren door een dierenarts voordat je hardere botten geeft. Om een aangetast gebit gezond te houden, is het wel belangrijk dat het verder ophopen van tandplak voorkomen wordt en het tandvlees goed gemaseerd wordt middels het eten van de juiste voeding. Naast het geven van rauwe gemalen voeding zijn zachte makkelijke botten dan een goed alternatief. 

Let op! Geef een hond nooit botten die verhit zijn (van gekookt/ gebakken vlees). Verhitting leidt tot structuurverandering van het bot, waardoor het bot kan gaan splinteren. Dit kan maagdarm perforaties en schade tot gevolg hebben. Wanneer je hond of kat toch onverhoopt een verhit bot opgegeten heeft, neem dan contact op met je spoeddierenarts.

Categorieën: OerVoer Pakket / PakketService Rauwe verse voeding